Document

Energiebesparing in socialehuurwoningen gaat te traag

De aanscherping van de energieprestatie-eisen heeft tot nog toe voornamelijk betrekking op de nieuwbouw, maar de grootste ‘energiewinst’ is te behalen in de bestaande voorraad. In de sociale-huursector staat de verbetering van de energieprestatie volop in de belangstelling, maar gaat deze verbetering snel genoeg om de landelijk gemaakte afspraken te halen?

Nog aan het begin van deze eeuw had energiebesparing bij woningcorporaties geen hoge prioriteit, maar dat is in de tussentijd wel veranderd: tegenwoordig is de energetische verbetering van het woningbezit een belangrijk thema in het asset management. De verplichte energielabeling van het woningbezit is hiervoor in belangrijke mate verantwoordelijk geweest – een uitvloeisel van een Europese Richtlijn, namelijk de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), die sinds 2003 van kracht is. Dit is versterkt door een convenant uit oktober 2008 tussen onder andere Aedes, de koepelorganisatie van woningcorporaties, en de rijksoverheid. In dit convenant stelde de corporatiesector zich ten doel om in tien jaar tijd 20% te besparen op het gasverbruik en om bij ingrijpende verbeteringen de betreffende woningen op het energieprestatieniveau van label B te brengen dan wel met minstens twee labelstappen te verbeteren [1]. Het convenant is inmiddels vervangen door het Convenant Energiebesparing Huursector (van juni 2012) [2], waarin de sector beoogt eind 2020 een gemiddelde Energie-Index van 1,25 te bereiken voor de gehele voorraad sociale-huurwoningen, wat in energielabeltermen neerkomt op een ‘gemiddelde’ van B.

Auteurs: Dr. N. (Nico) Nieboer, senior onderzoeker, ir. F. (Faidra) Filippidou, promovenda, prof.dr.ir. H. (Henk) Visscher, hoogleraar; Technische Universiteit Delft, Faculteit Bouwkunde, OTB – Onderzoek voor de Gebouwde Omgeving

Lees verder in PDF.

Thema'sGroepenDeelnemersProjecten