Document
Geplaatst door TVVL

Natuurlijke ventilatie in industriële gebouwen

Van natuurlijke ventilatie naar zero energy koeling 

Al sinds mensenheugenis is het principe van natuurlijke ventilatie d manier om rook of warme lucht af te voeren. Wie in de holen gezond wilde leven, maakte er een gat bovenin. In de tweede helft van de vorige eeuw paste vooral de industrie natuurlijke ventilatie toe, met name in hoge gebouwen met hitte-intensieve processen. Toch bleef de techniek tot het einde van die eeuw controversieel. Maar de 21e eeuw wordt de eeuw van de duurzame waarden. Hierdoor staat natuurlijke ventilatie opnieuw in de belangstelling. Nieuw is de natuurlijke adiabatische ventilatiewand: een systeem dat zonder gebruik te maken van elektrische bronnen een adiabatische ventilatiewand creert met een dusdanige lage weerstand dat deze geschikt is als toevoerrooster bij een natuurlijk ventilatiesysteem. Zo zijn aanzienlijk lagere temperaturen haalbaar, waardoor het toepassingsgebied sterk wordt vergroot. 

Iedere vorm van ventileren richt zich op datgene wat in een ruimte vrijkomt. Factoren zoals het gebouw, de machines, de verlichting, de mensen en het soort werk dat ze doen, zonneinstraling en andere weersinvloeden, zijn allemaal bepalend voor de totale warmtebelasting; de warmte die afgevoerd moet worden. Natuurlijke ventilatie, hoe onlogisch ook, werd vaak als te gecompliceerd beschouwd. Onlogisch, omdat natuurlijke ventilatie de meest elementaire vorm van ventileren is. Debet hieraan was het feit dat de kennis over de werking en de juiste berekeningsmethode in handen lag van een klein aantal ingenieursbureaus en een beperkt aantal toeleveranciers. Vooral voor het toepassen van natuurlijke ventilatie in gebouwen met lagere warmtelasten was men huiverig en werd meestal de veilige weg van mechanische ventilatie gekozen. TNO [1] concludeerde terecht in 1983 dat er weinig onderzoek en kennis was over natuurlijk ventilatiegedrag. Juist dit is het belangrijkste criterium om te kiezen tussen natuurlijk of mechanisch ventileren. Opvallende conclusie was verder dat toevoeropeningen veel te klein ( 5 tot 10 maal te klein) werden ontworpen en dat er niet of nauwelijks aandacht was voor de verdeling van de toevoer over alle gevels. Vaak ging men er eenvoudigweg van uit dat de deuren wel open zouden staan. In dezelfde tijd werden de eisen voor geluid(overlast) steeds strenger. Woonwijken rukten op richting industrieterreinen en de deuren moesten gesloten worden. Bovendien deed de architectuur haar intrede in de industrie. Akoestische en esthetische voorzieningen vormden extra weerstanden bij te klein gekozen openingen. Het ging tochten, klachten namen toe en natuurlijke ventilatie kwam nog meer in een kwader daglicht te staan.

Auteur(s): Ing. S.J.M. (Stefan) van der Velden, Colt International

Lees verder in PDF.

Thema'sGroepenDeelnemersProjecten